Bij de productie van windmolentorens is lassen een zeer belangrijk proces. De kwaliteit van het lassen heeft direct invloed op de productiekwaliteit van de toren. Daarom is het noodzakelijk om de oorzaken van lasfouten en diverse preventieve maatregelen te begrijpen.
1. Luchtgat en slakinsluiting
Porositeit: Porositeit verwijst naar de holte die ontstaat wanneer gas in het smeltbad niet ontsnapt voordat het metaal stolt en in de las achterblijft. Dit gas kan van buitenaf door het smeltbad worden geabsorbeerd, of het kan ontstaan door een reactie tijdens het lasproces.
(1) De belangrijkste oorzaken van luchtbellen: er is roest, olievlekken, enz. op het oppervlak van het basismetaal of het vulmetaal. Het aantal luchtbellen neemt toe als de lasstaaf en het vloeimiddel niet goed gedroogd zijn, omdat de roest, olievlekken en het vocht in de coating en het vloeimiddel van de lasstaaf bij hoge temperaturen ontbinden tot gas, waardoor het gasgehalte in het metaal toeneemt. Een te lage lasenergie en een te hoge afkoelsnelheid van het smeltbad bevorderen de ontsnapping van gas niet. Onvoldoende deoxidatie van het lasmetaal zal ook de zuurstofporositeit verhogen.
(2) Schadelijke gevolgen van blaasgaten: blaasgaten verminderen het effectieve dwarsdoorsnedeoppervlak van de las en maken de las losser, waardoor de sterkte en plasticiteit van de verbinding afnemen en lekkage ontstaat. Porositeit is ook een factor die spanningsconcentratie veroorzaakt. Waterstofporositeit kan ook bijdragen aan koudscheuren.
Preventieve maatregelen:
a. Verwijder olievlekken, roest, water en ander vuil van de lasdraad, de werkgroef en de aangrenzende oppervlakken.
b. Er moeten alkalische lasstaven en vloeimiddelen worden gebruikt en deze moeten grondig worden gedroogd.
c. Omgekeerde gelijkstroomaansluiting en kortbooglassen moeten worden toegepast.
D. Verwarm de warmtebron voor het lassen om de afkoelsnelheid te vertragen.
E. Het lassen dient te gebeuren volgens relatief strenge specificaties.
Knetteren
Maatregelen om kristalbreuken te voorkomen:
a. Verminder het gehalte aan schadelijke elementen zoals zwavel en fosfor, en las met materialen met een laag koolstofgehalte.
b. Bepaalde legeringselementen worden toegevoegd om kolomvormige kristallen en segregatie te verminderen. Aluminium en ijzer kunnen bijvoorbeeld de korrelgrootte verfijnen.
c. Er wordt gebruikgemaakt van een las met geringe indringing om de warmteafvoer te verbeteren, zodat het materiaal met een laag smeltpunt op het lasoppervlak blijft drijven en niet in de las zelf terechtkomt.
d. De lasspecificaties moeten redelijk worden gekozen en voorverwarming en naverwarming moeten worden toegepast om de afkoelsnelheid te verminderen.
e. Hanteer een redelijke montagevolgorde om de lasspanning te verminderen.
Maatregelen om herverhittingsscheuren te voorkomen:
a. Besteed aandacht aan het versterkende effect van metallurgische elementen en hun invloed op herverhittingsscheuren.
b. Zorg voor een redelijke voorverwarming of gebruik naverwarming om de afkoelsnelheid te regelen.
c. Verminder de restspanning om spanningsconcentratie te voorkomen.
d. Vermijd tijdens het temperen de gevoelige temperatuurzone waar herverhittingsscheuren kunnen ontstaan, of verkort de verblijftijd in deze temperatuurzone.
Maatregelen om koude scheuren te voorkomen:
a. Gebruik alkalische lasstaven met een laag waterstofgehalte, die strikt gedroogd en bewaard moeten worden bij 100-150 ℃, en direct na gebruik gebruikt moeten worden.
b. De voorverwarmingstemperatuur moet worden verhoogd, er moeten naverwarmingsmaatregelen worden genomen en de temperatuur tussen de laslagen mag niet lager zijn dan de voorverwarmingstemperatuur. Er moet een redelijke lasspecificatie worden gekozen om broze en harde structuren in de las te voorkomen.
c. Kies een redelijke lasvolgorde om lasvervorming en lasspanning te verminderen.
d. Voer na het lassen tijdig een warmtebehandeling uit om waterstof te verwijderen.
Geplaatst op: 08-11-2022
